R2G

Presentatie Website
  • Terreinrijden = Voertuigbeheersing
  • Contact formulier
Voorpagina Rijden op andere ondergronden

Rijden op andere ondergronden

Als we de keus hebben uit meerdere sets banden gebruik we een brede band. Anders kiezen we voor een lagere bandenspanning, wat ook een breder loopvlak oplevert. Onbereden mul zand is soms steviger dan bereden zand. Rijd dan niet in bestaande sporen, maar er net naast. Houdt bij mul zand een redelijke vaart aan, hoger dan bijvoorbeeld op modder of stenen. Bij omgewoeld vochtig zand kunt u ook makkelijker naast de sporen rijden, vooropgesteld dat er de ruimte is. Anders kan de wagen zich gaan ingraven en moeten we met behulp van een schop of een sleephulp eruitkomen.
 
Hier is vaker verwarring over de bandenspanning door de 'soorten' rots-blokken. Bij grote rotsblokken levert een lage spanning meer grip op, maar is de band kwetsbaarder om door scherpe uitsteeksels doorboord te worden. Bij meer vlakke rots of steenslag kunt u beter kiezen voor een wat hardere band, dus meer blijven rijden op het bedoelde loopvlak van de band.
 
Greppels en kleine obstakels nemen we diagonaal, met een wiel tegelijk en houden er een klein beetje vaart vast. Bij het diagonaal oversteken kunt u als het derde wiel de greppel in gaat wat extra gas geven. Zodat u daarmee een 'zetje' geeft om een diepere greppel over te kunnen steken. Let op dat niet twee wielen diagonaal van de grond komen, want dan heb u opeens geen tractie meer (ook al heeft u bij de defenders het difflock ingeschakeld). De Landrover heeft standaard namelijk geen sperdifferentieel, die ervoor zou moeten zorgen dat niet alle energie naar het wiel gaat dat vrij kan ronddraaien.greppel rijden
 

Een verschil in de manier van reageren op deze twee ondergronden is er in hoofdlijnen eigenlijk niet. Voor beiden geldt: helemaal niets doen met 'te' ervoor. Rij niet 'te' hard, accellereer niet 'te' plotseling, rem niet 'te' hard. Probeert u de eigenschappen van de sneeuw of nat gras eens uit door hard te remmen en dan gelijk flink te sturen op een plek waar het geen kwaad kan. Niet schrikken als de wagen niet doet wat u nu zou verwachten: gedraaid stil komen te staan. In tegendeel de wagen zal doorglijden en onbestuurbaar zijn.

Er is wel een verschil tussen een dunne en een dikke laag sneeuw op de weg. Bij een dunne laag "bijt" het profiel door de sneeuw en rust dus in feite op de weg, bij het dikkere laag lukt dat niet. Verse sneeuw kan door de banden in een profiel geperst worden en zo enige tractie leveren. Samengeperste sneeuw of sneeuw die verijst is, danwel ijs zelf zorgt helemaal niet meer voor tractie. Minder dus vaart door minder gas te geven, en langzaam bij te remmen. Kies voor het rijden een wat hogere versnelling en wat lagere toeren, dat is een goede manier om doorspinnen van de banden te voorkomen.

 
Voertuig menu
  • Voorpagina
  • Zithouding en rijstijl
  • Rijden in modder, diepe sporen en het doorwaden van water
  • Rijden op andere ondergronden
  • Rijden op hellingen
  • Schakelen en gasgeven

Copyright © 2001-2010.
All Rights Reserved.

Designed by joomla16templates.blogspot.com | Realisatie door Artoge.